Veel mensen weten wel zo’n beetje dat er in een mierenkolonie in ieder geval een koningin is en dat de rest werksters zijn. Toch is er nog heel veel meer te vertellen over de rolverdeling binnen een mierenkolonie. Dat ga ik dus doen. Plus, ik ga een hele grote mythe ontkrachten.
De koningin
Natuurlijk, het draait allemaal om de koningin. Zonder koningin geen kolonie. Maar wat is nou precies haar taak?
Een koningin heeft relatief gezien een vrij kort werkend leven. Die duurt ongeveer een jaartje en dan mag ze met vervroegd pensioen. Als onbevruchte prinses vliegt ze uit om te paren. De bruidsvlucht. Per soort verschilt dat een beetje in welk seizoen dat is, maar in Nederland kennen we het fenomeen ‘vliegende mieren’ uit de maand juni. Dat is geen aparte soort, dat zijn gewoon koninginnen en mannetjes die elkaar opzoeken om ervoor te zorgen dat hun bloedlijn niet uitsterft.
Als ze gepaard heeft, landt de koningin weer. Ze zoekt een veilige plek onder de grond en zal alleen in geval van nood ooit nog daglicht zien. Daar, onder de grond, bijt ze haar vleugels af en eet ze op. Daarmee kan ze de eerste maanden, waarin ze nog geen werksters heeft, overleven. In die maanden zorgt ze ervoor dat de eerste eitjes uitkomen.
Zodra de eerste werksters arriveren, zit het harde werk van de koningin erop. Bijna. Ze houdt nog één belangrijke taak over: het leggen van eitjes. De rest van haar leven is ze alleen maar bezig met gewassen worden, gevoerd worden en eitjes leggen. Na de paring heeft ze miljoenen zaadcellen in zich opgeslagen, waar ze de rest van haar leven op kan teren.
Overigens is het wel zo dat koningin zijn misschien makkelijk klinkt en relatief gezien ook makkelijk is. Koningin worden is dat niét. Slechts 1 op de 10.000 prinsessen die uitvliegen om te paren maakt het tot koningin. De rest sterft in de gevaarlijke buitenwereld door dieren, mensen, het weer en de elementen, of bijvoorbeeld door honger of dorst in de periode voordat de eerste werksters er zijn.
Werksters
Dit zijn de échte helden van een mierenkolonie. De werksters doen alles. Ze zorgen voor het graven en onderhouden van een nest, ze zorgen voor het broed, ze zorgen voor eten, ze zorgen voor veiligheid en ze zorgen voor nog veel meer. Alles wat nodig is om een kolonie in leven te houden, wordt gedaan door de werksters.
Daarin heeft iedereen haar eigen rol, maar die houden werksters niet hun hele leven. Ze maken carrière. Iedere mier begint in de broedkamer: het voeren, schoonmaken en verzorgen van de eitjes, larven en poppen. Na verloop van tijd, de natuur bepaalt wanneer dit is, maakt ze promotie. Dan is ze huishoudster/architect/bouwvakker. Een veelzijdige baan waarbij ze zowel verantwoordelijk is voor het schoonhouden en organiseren van het nest als het aanleggen en graven van gangen en kamers. Tot slot kan ze promoveren naar voedselzoeker. Dit zijn echt de ervaren rotten onder de werksters. Zij gaan naar buiten om ervoor te zorgen dat de kolonie een beetje te eten heeft. Een eerbare taak, maar ook de gevaarlijkste en daarom alléén weggelegd voor de ervaren mieren. Een mier die de promotie heeft gemaakt tot voedselzoeker, heeft daarna een gemiddelde levensverwachting van twee weken. Success comes with a price.
Majors
Nooit van gehoord misschien, majors of majoren. Snap ik. Misschien ken jij ze beter als soldaat. Alleen: soldaten in een mierenkolonie bestaan helemaal niet. Majors komen niet eens bij alle soorten voor.
Majors zijn ook gewoon werksters. Alleen zijn ze een stuk groter en sterker. Natuurlijk, mocht een mierenkolonie in conflict komen, dan is het verrekt handig om een soort Goliath-mier in de gelederen te hebben. Maar het is niet het doel van major-zijn. Een major doet hetzelfde werk als normale mieren, maar zijn wat meer geschikt voor het grovere werk. De major is de bulldozer onder de bouwvakkers, de cirkelzaag onder de handfiguurzaagjes en de moker onder de hamers. De Hulk onder de superhelden.
Majors worden bijvoorbeeld gebruikt binnen de Messor-familie. Deze soort eet geen vlees, maar zaden. Sommige zaden zijn net te groot of te hard voor een normale werkster om te kraken. De major kan dit met haar extra sterke lijf en kaken makkelijk. Of denk aan een groot dier dat verplaatst moet worden. Of aan grote takken of stenen die worden gebruikt voor het maken en beschermen van het nest. Alle mieren zijn sterk, maar de major heeft wat extra superkracht. Er is zelfs een mierensoort die de majors gebruikt als deur. De (extra grote) kop van de major past precies in de opening van het nest. Plop. Dicht. Geen indringer die het lukt om binnen te komen.
En de mannetjes dan?
Ja, een kolonie bestaat alleen maar uit vrouwtjes. Mannetjes zijn vrij nutteloos. Ze worden vlak voor de paartijd geboren uit de onbevruchte eitjes van de koningin. Ze zijn minuscuul klein en hebben vleugels. Tijdens de paartijd vliegen ze uit, hebben hun minute of fame met de prinses en sterven binnen 48 uur.
Wil je op de hoogte blijven van de laatste blogs, schrijfupdates, primeurs en ander nieuws? Schrijf je dan nu in voor mijn nieuwsbrief!
Reactie plaatsen
Reacties