Opeens zijn ze er, ergens op een punt in het jaar waarin jij twijfelt of je korte mouwen of lange mouwen aantrekt: vliegende mieren. In het voorjaar zijn ze er massaal en dan weer van de aardbodem verdwenen. Hoe zit dat nou?
Kijk met me mee onder de grond. Daar zit een mierenkolonie met honderden werksters en één koningin. Die koningin is de enige die eitjes legt en dus kan voortplanten. Maar er komt ook een dag waarop ze sterft en dan is het met de kolonie in principe afgelopen.
Daarom verandert er op een bepaald moment iets. Als de kolonie groot genoeg is, gebeuren er twee dingen; de koningin gaat onbevruchte eitjes leggen, waar mannetjes uit komen en er worden prinsessen gekweekt.
Girl power
Ja, pas dan worden er mannetjes geboren. Een mierenkolonie is een echte matriarchaat. Alle mieren zijn vrouwtjes. Danwel werkster, danwel koningin. Ja, ook de zogenaamde soldaten zijn vrouwtjes en néé, er is echt geen mierenkoning. Dat is een vergissing die fantasierijke kinderboekauteurs nog wel eens maken.
Op het moment dat de kolonie toe is aan verdere voortplanting komen er uit veel meer eitjes mannetjes. Dat zijn overigens geen indrukwekkende mannetjes. Ze zijn klein en miezerig, half zo groot als een werkster. Het enige wat ze uniek maakt is dat ze vleugels hebben.
Prinsessenkweek
Tegelijkertijd gebeurt er nog iets. Er worden willekeurige larven gekozen, die tot prinses worden gekroond. Hier komen wel bepaalde hormonen bij kijken en ook lichtelijk genetische factoren, maar over het algemeen is het een larve die zoveel eten krijgt, dat het uitgroeit tot een enorme mier, met dezelfde proporties als een koningin. Wat deze prinses onderscheidt van de koningin is dat ze vleugels heeft.
Bruidsvlucht
Er gaat op dit moment misschien al een lampje branden. Het voorjaar staat in het teken van nieuw leven, zo ook bij mieren. De tientallen mannetjes en de enkele prinsessen uit de mierenkolonie vliegen uit. In de lucht vinden ze elkaar en gaan ze paren. Niet met elkaar, dat zou inteelt opleveren, maar wel met andere mieren van dezelfde soort. De prinses paart met één of meerdere mannetjes tijdens deze eenmalige uitspatting en heeft daarna genoeg materiaal om de rest van haar leven eitjes te leggen.
Na het paren
Zo snel als ze zijn gekomen, zo snel gaan ze ook weer. Een mannelijke mier is geen lang leven beschoren. Binnen enkele dagen na de paring gaat hij dood. De prinses wacht het échte werk. Zij gaat terug naar de aarde en werpt haar vleugels af. Soms eet haar eigen vleugels op, zodat ze genoeg energie heeft om de eerste periode door te komen, waarin ze geen werksters heeft die eten voor haar halen. Terug op aarde zoekt ze een perfecte plek om een kolonie te stichten. Eenmaal gevonden, zal ze de rest van haar leven – als het goed is – geen daglicht meer zien.
1 op 10.000
‘Vliegende mieren’ zijn dus geen bijzondere soort die alleen in bepaalde periodes hun gezicht laten zien. Het zijn gewoon de mannetjes en de prinsessen van ‘normale’ mieren. Weer wat geleerd!
Als mierenliefhebber wil ik je wel om een gunst vragen. Het zou kunnen dat je vliegende mieren ontzettend irritant vindt. Zou je desondanks toch voorzichtig willen zijn als je een gevleugelde of al ongevleugelde prinses tegenkomt (die makkelijk te herkennen is aan haar grootte)? Slechts 1 op de ongeveer 10.000 mierenprinsessen overleeft namelijk haar eerste maanden en maakt het daadwerkelijk tot koningin. Voor de rest is al het werk voor niets. Ze komen om door andere dieren, weersomstandigheden, water- of voedseltekort of de gevaren die mensen zijn of hebben gecreëerd.
Lang leve de koningin!
Wil je op de hoogte blijven van de laatste blogs, schrijfupdates, primeurs en ander nieuws? Schrijf je dan nu in voor mijn nieuwsbrief!
Reactie plaatsen
Reacties