"Papa wordt heel vaak boos"

Gepubliceerd op 28 mei 2026 om 15:51

Als schrijver van jeugdboeken leg ik veel schrijversbezoeken af op basisscholen. Vast onderdeel van mijn les is dat ik uitleg wat voor mij het nut van lezen en schrijven is. Daarbij vertel ik ook altijd dat ik niet alleen verhalen schrijf, maar dat ik ook schrijf om mijn gevoel te uiten. Dat ik dat al vanaf mijn jeugd doe en dat het nog steeds zorgt voor opluchting en soms het begrijpen van gevoelens die ik eerst niet snapte, of waarvan ik niet wist dat ik ze had.

Altijd stel ik ook de vraag of er kinderen zijn die wel eens wat schrijven. Steevast zijn er altijd wel een paar kinderen die iets aan schrijven doen. Soms gewoon grappige verhaaltjes, soms ook verhalen die gebaseerd zijn op hun eigen leven en met blijmakende regelmaat zijn er vaak kinderen die over hun gevoelens schrijven.

Toffe gastjes

Zo kwam ik in een groep 7 waar een groepje jongens, een stuk of vijf, bij elkaar zat. Het type ‘toffe gastjes, niemand doet mij wat’. Kinderen die voor ze het weten worden beïnvloed door de toxische manosfeer die op social media rond kan hangen. Ook een soort leerling die zomaar afhaakt bij een verhaal over schrijven, dromen en gevoelens.

Toch ging er juist in dat groepje één hand omhoog en bij een andere jongen een twijfelend handje. Het twijfelende handje schreef vooral wel eens voor schoolopdrachten. Toen ik vroeg of iemand uit de klas iets wilde vertellen over wát hij of zij schreef, ging de hand van de andere jongen opnieuw omhoog.
‘Ik schrijf wel eens wat over mijn gevoelens enzo’, zei hij, terwijl hij probeerde onverschillig te blijven. Maar ik zag dat het hem iets deed. Ik zag ook een lichte gniffel door zijn groepje vrienden gaan. In mijn hart juichte ik voor deze jongen. Ik heb geen idee wat hij voelt, maar ik weet in ieder geval dat hij een fijne uitlaatklep heeft én zijn gevoelens ook niet probeert weg te stoppen.

Natuurlijk heb ik verteld wat ik daarvan vond; dat ik hem stoer vind omdat hij over zijn gevoelens schrijft, terwijl veel andere jongens dat moeilijk vinden. En dat ik hem dapper vind dat hij daar over deelt in de klas. Dat hij een voorbeeld is voor andere jongens en zelfs voor volwassen mannen.

‘Ik durf het niet te zeggen’

Ik moet ook denken aan een meisje. Andere school, andere klas. Mijn hart brokkelt altijd een beetje af als ik aan haar denk. Dat komt niet alleen door wat ze zei, maar ook de manier waarop ze rechtstreeks een weg naar mijn hart vond. Ik ben meestal amper tien minuten bezig wanneer ik de vraag ‘wie schrijft er ook wel eens?’ stel. En zij, zij wilde er wel iets over vertellen.

Ze zei dat ze wel eens iets over haar familie schreef. Ik vroeg door, altijd benadrukkend dat het ook helemaal oké is om geen antwoord te geven.
‘Ik schrijf op wat ik van ze vind’, zei ze. Ze ‘kende’ mij net zeven minuten, er zaten ruim twintig kinderen en een meester te luisteren en toch had ze besloten haar hart op tafel te leggen. Met mijn geestesoog zie ik haar nog zitten. Een open gezicht, blonde haren, een gezond blosje, grote heldere ogen waarmee ze direct mijn ziel in kijkt. ‘Ik vind papa heel leuk en grappig, maar ik durf het niet tegen hem te zeggen, want hij wordt heel vaak boos.’

Het kippenvel stroomt over mijn hele lijf. Vanwege de dapperheid van dit meisje, dat op haar trillende lip begint te bijten zodra ze is uitgesproken. Vanwege de diepte van haar woorden en de pijn die in haar stem ligt. Vanwege het immense verdriet dat zomaar de lucht in het lokaal verzwaart. Vanwege de herkenning die haar ziel aan het mijne verbindt.

Ik voer een kort gesprekje met haar, waarin ik me veel te machteloos voel in een poging haar verdriet op waarde te schatten. Wel geef ik haar nog een tip mee waar ik zelf veel aan heb: ‘Als ik het niet durf te zeggen of niet kan zeggen, dan schrijf ik het op en laat ik het daarna aan diegene lezen. Misschien kun je een briefje schrijven met “Papa, ik vind je grappig” en het ergens neerleggen waar hij het kan lezen. Dat vind hij vast leuk om te krijgen.’

Ik weet helemaal niet of deze vader het leuk vindt om zo’n briefje te krijgen, maar met mijn beste wil kan ik niet verzinnen waarom je daar als ouder kwaad om zou worden. Ik weet niet of ze het heeft gedaan. Ik weet niet of de leerkracht er iets mee heeft gedaan. Ik weet niet of dit lieve, pure kind maar een greintje is geholpen door wat ik heb gezegd. Maar als dat allemaal niet zo is, dan heb ik het vertrouwen dat er altijd een plek is waar ze kan schuilen: in de smetteloos witte wereld van papier, waarin het letterreliëf wordt gevormd door de diepte van de ziel.

Ook een schrijver in de klas? Kijk voor meer informatie en hoe je mij kunt boeken op deze pagina.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.